Visienota: Jeugdwerk en racisme

Racisme in het jeugdwerk: een situatieschets

Superdiversiteit is een eigenschap van onze samenleving, één die blijft toenemen. Door velen wordt het als een verrijking gezien, maar het leidt ook tot weerstand, onverdraagzaamheid en conflict. Het vormt echter een grote meerwaarde als we in al die diversiteit op een goede manier met elkaar leren omgaan.

Toch zien we dat mensen drempels, discriminatie en uitsluiting ondervinden op verschillende maatschappelijke domeinen, bijvoorbeeld in het onderwijs, bij hun toegang tot vrijetijdsbesteding of bij hun zoektocht naar werk of een woning. Afhankelijk van eigenschappen zoals gender, herkomst, sociale klasse, seksuele oriëntatie of leeftijd zal je je vlotter in de maatschappelijke structuren kunnen voortbewegen dan anderen. Dat heeft een invloed op ieders positie in de samenleving. Dat is de kern van het kruispuntdenken waarop we ons baseren in deze visietekst.

1. Een focus op racisme

In het masterplan ‘Diversiteit in/en het jeugdwerk’ lezen we dat: het “doel van het masterplan is dat het jeugdwerk uiteindelijk de superdiverse samenleving zal weerspiegelen en bijdraagt tot sociale cohesie”.[1] Als het jeugdwerk die weerspiegeling wil, dan moeten we aandacht hebben voor de kruispunten van die superdiverse samenleving. Je seksuele oriëntatie, je inkomen, je leeftijd, … het zijn allemaal dimensies die tot bevoordeling of uitsluiting kunnen leiden. In deze visietekst focussen we op één dimensie: racisme en de uitsluiting die daarmee gepaard gaat. Dagelijks geconfronteerd worden met (onbedoelde) racistische handelingen heeft een effect op de persoonlijke ontwikkeling van individuen, alsook op de positie die bepaalde groepen in de samenleving opnemen.[2] In deze nota nemen we daarom racisme als uitgangspunt , zonder uit het oog te verliezen dat het één van de vele dimensies is die tot discriminatie kan leiden.

2. Samen met heel het jeugdwerk

Racisme heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het jeugdwerk keurt dan ook elke vorm van racisme af. We willen aan iedereen de kans geven om deel te nemen. We zijn een plek waar iedereen erbij hoort, waar ieder zich welkom voelt, zich kan ontplooien, een volwaardige plaats krijgt en als gelijke behandeld wordt. We onderschrijven het Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat stelt dat kinderen recht hebben op ontwikkeling en het recht op bescherming tegen geweld.[3] Racisme verhindert dat.

Jeugdwerk is een belangrijke maatschappelijke actor. De stem van het jeugdwerk kan een verschil maken in de strijd tegen ongelijkheid, discriminatie en racisme. Des te meer omdat we vanuit een bezorgdheid voor alle kinderen en jongeren vertrekken. Met deze gedragen visietekst wil het jeugdwerk een voortrekkersrol opnemen in de strijd tegen racisme zowel in de eigen organisatie, als binnen het bredere jeugdwerk, tot in de gehele maatschappij.

Racisme: wat is dat?

Racisme is, net zoals discriminatie, een beladen begrip. Hoe racistisch gedrag of racistische uitspraken gedefinieerd moeten worden, wordt vaak ter discussie gesteld. Er bestaan dan ook heel wat definities van racisme. Wij gaan uit van de beschrijving die Naima Charkaoui in haar boek ‘Racisme. Over wonden en veerkracht’ (2018) gebruikt:

Racisme gaat altijd over mensen indelen in categorieën op basis van hun afkomst, zogenaamd raciale fysieke kenmerken of geloofsovertuiging, en dit binnen een sociale machtsverhouding. Verder zijn de uitingsvormen heel divers. Het gaat zowel over geweld en discriminatie als over stereotypes en vooroordelen, racisme kan al dan niet slecht bedoeld zijn en speelt zich af op individueel en op maatschappelijk niveau.”[4]

Racisme heeft dus te maken met machtsverhoudingen tussen groepen. Wie in een machtspositie zit, heeft meer mogelijkheden om te discrimineren en om invloed uit te oefenen dan wie niet in een dergelijke positie zit.

In wat volgt passen we bovenstaande definitie toe op de jeugdwerkcontext om de kijk van de jeugdsector op racisme te verduidelijken en zo tot onze handelingsprincipes te komen.

1. De wettelijke benadering

Het gaat zowel over geweld en discriminatie …”

In België kadert de antiracismewet binnen de ruimere antidiscriminatiewet. Die stelt dat discriminatie verboden en strafbaar is.[5] Vijf ‘raciale criteria’ staan daarin centraal: zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming. Strafbaar is het aanzetten tot haat of geweldjegens een persoon, een groep of een gemeenschap en het discrimineren bij het aanbieden van een levering van een dienst of een goed.   
Met het jeugdwerk beschouwen we deze benadering als de minimale ondergrens van racisme. Deze benadering is voor ons echter onvoldoende. We willen ook de effecten van het alledaagse, het onbedoelde en onbewuste racisme zichtbaar en bespreekbaar maken.

2. De bredere benadering: het ijsbergmodel

als over stereotypes en vooroordelen, racisme kan al dan niet slecht bedoeld zijn …”

De wettelijke benadering biedt een kader om expliciet racisme, zoals haatberichten en discriminatie, in de samenleving te bestrijden. Volgens onderzoek is dat slechts het topje van de ijsberg.[6] Met het jeugdwerk willen we ook dat wat zich onder de waterlijn bevindt, aanpakken: het alledaagse, het onbedoelde en onbewust racistisch denken, spreken en handelen.
Dat leidt tot zogenaamde microkwetsingen. Een geheel van opmerkingen en handelingen die misschien niet discriminerend bedoeld zijn, maar wel schade aanrichten aan het zelfbeeld van slachtoffers. Mensen in een machtspositie zijn zich vaak niet bewust van die gevolgen of lachen de impact ervan weg.[7]
De verschillende soorten microkwetsingen bevinden zich onder de waterlijn van de ijsberg, ze zijn minder zichtbaar of opvallend. Daarom vereisen ze extra aandacht.

3. Racisme op verschillende niveaus

“… en speelt zich af op individueel en op maatschappelijk niveau”

Vanuit de brede benadering op racisme die we in deze visietekst centraal stellen, is het belangrijk om te definiëren wie of wat verantwoordelijk is voor racisme en op welke niveaus de gevolgen ervan een impact hebben.

3.1 Racisme als individuele of maatschappelijke verantwoordelijkheid

Wie is er verantwoordelijk voor racistische daden? Twee benaderingen staan daarin tegenover elkaar: de individuele benadering en de structurele benadering.
De individuele benadering gaat ervan uit dat het een persoonlijke keuze is om racistisch te handelen. Een racistische daad is in die benadering een individuele daad en verantwoordelijkheid, één die geen deel uitmaakt van een breder, structureel probleem.
De structurele benadering daarentegen gaat uit van racisme als maatschappelijke processen die leiden tot structurele uitsluiting van bepaalde bevolkingsgroepen en tot versterking van ongelijkheid. Deze visie gaat ervan uit dat iedereen (onbewust) beïnvloed wordt door socialisatieprocessen die ongelijke machtsverhoudingen creëren en in stand houden. Niemand ontsnapt daaraan.
Als het jeugdwerk een plek wil zijn waar iedereen zich welkom voelt en zich kan ontplooien, dan kan het niet anders dan de structurele factoren die uitsluiten en drempels opwerpen, aan te pakken. Dat jeugdwerk moet zich bewust worden van de mechanismen in de eigen werking en in de samenleving, die de machtsverhoudingen tussen groepen in stand houden.

Met het jeugdwerk gaan we bij de aanpak van racisme uit van een structurele benadering. We pakken de drempels in het jeugdwerk aan, maar verliezen wel ieders individuele verantwoordelijkheid niet uit het oog. We gaan in dialoog en willen met betrokkenen aan de slag om bewustzijn te creëren voor hun rol in een racistische situatie.

3.2 Betrokkenen bij een racistische handeling

Het jeugdwerk keurt racistische daden af. Overtredingen van de antiracismewet worden gesanctioneerd. We houden er wel rekening mee dat iedereen opgroeit in een omgeving waarin de dominante beeldvorming invloed op ons uitoefent. Allen, jongeren in het bijzonder, moeten dus, in de mate van het mogelijke, de kans krijgen om van hun fouten te leren. We reiken hen hulpmiddelen aan om dat leerproces te begeleiden. We onderscheiden volgende rollen:

  • Plegers: dat zijn personen die doelbewust aanzetten tot haatspraak, discriminatie en expliciet racisme of doelbewust racistisch handelen. Daarnaast zijn er ook personen die onbewust of onbedoeld een uiting doen van een vorm van alledaags racisme.
  • Omstaanders: dat is de grote groep van personen die getuige is van een racistische handeling en al dan niet ingrijpt om de situatie aan te pakken. We onderscheiden volgende rollen:
    • Volgers: dat zijn personen die de pleger (on)bewust steunen in het uitvoeren van een racistische handeling.
    • Actieve omstaanders: dat zijn diegenen die het racistische gedrag van plegers afkeuren door zich rechtstreeks tot hen te richten en/of door de nodige steun te bieden aan slachtoffers.
    • Silent Majority: dat zijn zij die niet reageren op een racistische handeling vanwege uiteenlopende redenen: ze zien de ernst van de situatie niet in, ze kunnen/durven niet reageren, ze weten niet hoe ze kunnen reageren, ze hebben de situatie niet bewust gezien, enz. Door de afwezigheid van een reactie kan de pleger zich gesterkt voelen en kan het slachtoffer het gevoel hebben er alleen voor te staan.
  • Slachtoffers: dat zijn de personen die slachtoffer zijn van expliciet of alledaags racisme.

3.3 Racisme op micro-, meso- en macroniveau

Racisme manifesteert zich op verschillende niveaus. Deze niveaus hebben effect op elkaar en zijn een belangrijke basis voor ons handelingskader:

  • Het microniveau: het (inter)persoonlijke niveau. In de dagelijkse omgang krijgen kinderen en jongeren met migratieroots te horen dat ze ‘anders’ zijn. Zo heeft racisme een negatieve invloed op hun identiteitsontwikkeling. Kinderen en jongeren hebben een gebrek aan positieve beeldvorming en succeservaringen. Dat resulteert in stress en een negatief zelfbeeld. Omgekeerd is er vaak veel onbegrip voor deze jongeren en ontstaan er vooroordelen en interpretaties over hun gedrag en prestaties. Plegers en omstaanders groeien op in een omgeving waarin zij zich herkennen in de dominante beeldvorming.[8] Er is nood aan handelingskaders om deelnemers aan het jeugdwerk te versterken om racisme in de eigen werking bespreekbaar te maken (preventief) en aan te pakken waar nodig (curatief).
  • Het mesoniveau: het groepsniveau, de gemeenschap(pen) waarin je actief bent. Dat is het niveau waarbij het middenveld een belangrijke rol speelt; namelijk sportclubs, jeugdwerk, buurtwerk, …. Kinderen en jongeren herkennen zich soms te weinig in de mensen aan het hoofd van deze organisaties. Ze botsen dan op onbedoelde drempels (bv. allemaal ‘witte’ leid(st)ers)en ervaren vooroordelen tegenover hen (bv. identiteitscontroles van politie), ook in het jeugdwerk. Andersom is er vaak geen bewustzijn over hoe die drempels bepaalde minderheidsgroepen dagelijks benadelen. Er is nood aan een beleid op organisatieniveau om drempels te herkennen en weg te werken en om cultuursensitiviteit in hun programma en aanbod te ontwikkelen. Jeugdwerkorganisaties moeten een plek zijn waar gediscussieerd kan worden en waar veel maatschappelijke thema’s aan bod kunnen komen.
  • Het macroniveau: de bredere sociaal-economische, politieke en culturele context. Kinderen en jongeren ervaren op verschillende maatschappelijke vlakken racisme. Het is nodig dat het jeugdwerk het voortouw neemt om een maatschappelijk proces te steunen waarbij elke vorm van racisme wordt aangepakt. We zetten ons in om kinderen en jongeren weerbaar te maken en we nemen als jeugdwerk openlijk stelling in tegen elke uitingsvorm van racisme in de maatschappij. Alleen zo is sociale cohesie mogelijk.

Handelingsprincipes van het jeugdwerk

Uit bovenstaande definitie en analyse van racisme is duidelijk dat handelingen van het jeugdwerk nodig zijn om racisme aan te pakken in de eigen werking (micro- en mesoniveau) en in de ruimere samenleving (macroniveau). De wijze van aanpak is afhankelijk van het niveau, maar vereist op alle niveaus zowel preventieve als curatieve methoden. Hierbij zetten we een aantal principes centraal:

  • Wet als minimale ondergrens: wanneer iemand een strafbaar racistisch feit begaat, moet deze daar de consequenties van dragen.
  • Bewustwording als leerproces: we zijn er ons van bewust dat iedereen opgroeit met een bepaald referentiekader en dat deze kaders gevormd zijn door de dominante maatschappelijke machtsstructuren en denkpatronen. Vanuit het jeugdwerk gaan we de uitdaging aan om in dialoog te gaan met de verschillende betrokkenen en vervolgens een leerproces op te starten tot uiteindelijk iedereen elke vorm van racisme afkeurt. Verschillende preventieve en curatieve methoden kunnen ons daarbij helpen.
  • Omgaan met slachtoffers: slachtoffers van racisme verdienen extra aandacht. We doen dat op verschillende manieren:
    • Slachtoffers zijn slachtoffers: Het is nooit aanvaardbaar om slachtoffers verantwoordelijk te stellen voor racistische daden. We moeten hen ondersteunen en oog hebben voor de kwetsuren die ze oplopen.
    • Weerbaarheid en veerkracht: Het is zinvol om (mogelijke) slachtoffers van racisme weerbaar te maken tegen racistische handelingen en hun veerkracht te versterken. Zonder hen verantwoordelijk te stellen voor elke vorm van racisme.
    • Werken aan de context: Naast de directe ondersteuning aan slachtoffers, is het belangrijk om een omgeving te creëren die aandachtig is voor racistische handelingen en die daarop bewust kan reageren. Daarom is het zinvol om omstaanders te versterken in het ondersteunen en bijstaan van slachtoffers. We bieden hen hulpmiddelen zodat ze zich gesterkt voelen om te reageren.
  • Belang van handelingsbereidheid: Niets doen is vaak schadelijker dan iets doen. Het is belangrijk dat we samen bereid zijn om racisme aan te pakken. We stoppen ons niet weg achter onwetendheid en zoeken naar strategieën om bewust te reageren bij racistische daden. We doen dat op lokaal niveau, door onze leden te versterken in het herkennen van en het reageren op racistische situaties: enerzijds op organisatieniveau, door op zoek te gaan naar drempels in onze eigen werking en deze aan te pakken; anderzijds op maatschappelijk niveau, door ons te mengen in het publieke debat en racisme steeds af te keuren.

Conclusie

Het jeugdwerk erkent dat een superdiverse samenleving uitdagingen met zich meebrengt, maar we geloven dat de juiste houding en een goede aanpak positieve resultaten zullen opleveren. We kozen er daarbij voor om ons toe te spitsen op racisme, maar zijn ons ervan bewust dat het slechts één kenmerk is dat tot uitsluiting en discriminatie kan leiden (cfr. kruispuntdenken).
We keuren met het jeugdwerk racisme in al zijn vormen af en kiezen ervoor om echt een plek te zijn waar alle kinderen en jongeren, die daar nood aan hebben, zichzelf kunnen zijn. Om dat te kunnen realiseren, kijken we verder dan wat de antiracismewet beschrijft, we willen ook het alledaagse racisme aanpakken. We houden er rekening mee dat iedereen opgroeit in een maatschappij waarin elementen bestaan die racisme en discriminatie, bewust of onbewust, in de hand werken. Strafbare feiten moeten correct bestraft worden, maar we moeten plegers en omstaanders ook voldoende sensibiliseren en begeleiden. We laten niemand achter. Daarom gaan we vanuit dialoog en een open houding een leerproces in gang zetten om zo, uiteindelijk, racisme te doen verdwijnen uit het jeugdwerk. Daarnaast moet dat leerproces ons sterken om slachtoffers van racisme gepast te steunen en hen actief te tonen dat we optreden tegen elke vorm van racisme.
Het jeugdwerk gaat deze uitdaging aan met de eigen vrijwilligers, deelnemers en lokale afdelingen (microniveau), op organisatieniveau en in het jeugdwerk (mesoniveau), tot en met de brede maatschappij (macroniveau). We willen zo racisme de wereld uit helpen.


[1] Departement Cultuur, Media en Jeugd. (2018). Diversiteit in/en het jeugdwerk. Masterplan 2018-2020.
[2] Charkaoui, N. (2018). Racisme. Over wonden en veerkracht. Antwerpen: EPO Uitgeverij.
[3] Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989).
[4] Charkaoui, N. (2018). Racisme. Over wonden en veerkracht. Antwerpen: EPO Uitgeverij, p. 56.
[5] Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden. (1981, 30 juli). Geraadpleegd van http://bit.ly/377PgWI; Wet ter bestrijding van discriminatie. (2007). Belgisch Staatsblad, 2007 (117) Geraadpleegd van http://bit.ly/2uvUZIT.
[6] Charkaoui, N. (2018). Racisme. Over wonden en veerkracht. Antwerpen: EPO Uitgeverij.
[7] Charkaoui, N. (2018). Racisme. Over wonden en veerkracht. Antwerpen: EPO Uitgeverij; Essed, P. (1984). Alledaags Racisme. Amsterdam: Feministische Uitgeverij Sara.
[8] Essed, P. (1984). Alledaags Racisme. Amsterdam: Feministische Uitgeverij Sara; Nzume, A. (2017). Hallo witte mensen. Amsterdam: Amsterdam University Press; D’hondt, F.; Van Houtte, M. & Stevens, P. (2015). “Het zal wel aan mij liggen …”: Omgaan met de effecten van discriminatie en racisme op kinderen. Gent: Kinderrechtencoalitie Vlaanderen vzw.

<< Terug naar Hoofdpagina Racisme

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Deelnemen aan een vorming?

Op zoek naar nieuwe inzichten en handige tools om beter met je gasten aan de slag te gaan?
Wil je jezelf verrijken met een vorming, intervisie of een cursus?
Dan ben je vast benieuwd naar ons vormingsaanbod.