Jeugdwerker van de maand: Geert Daenen (Jeugdwelzijnswerk Meulenberg)
Onze sector wordt gemaakt door jeugdwerkers die zich dag na dag inzetten voor onze jongeren. Jeugdwerkers verdienen dan ook extra erkenning voor hun inzet. Daarom zet Uit De Marge in deze rubriek iedere maand een andere jeugdwerker in de kijker.Geert Daenen was jeugdwerker en coördinator van Jeugdwelzijnswerk Meulenberg (Houthalen-Helchteren).Deze maand is hij de vrijwilliger van de maand!

(foto Tony Van Galen – Het Belang van Limburg)
Terugblikken met jeugdwelzijnswerker Geert DaenenVeertig jaar is Geert Daenen betrokken bij de jeugdwelzijnswerking van Meulenberg (Houthalen-Helchteren): vanaf 1973 als vrijwilliger en vanaf 1983 als coördinator. Een goed jaar geleden ging Geert met pensioen. Hoewel: sindsdien is hij opnieuw aan de slag als vrijwilliger. Schrap! Keek met hem terug op veertig actieve jaren.Wat is het verschil met vroeger en nu? Is er veel veranderd?Geert Daenen: Vooral financieel is veel veranderd. Tot 2000 werden we rechtstreeks gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Dat was echter onvoldoende en de gemeente, die speciale werkingsmiddelen voor kansarme kinderen en jongeren ter beschikking kreeg, nam volgens een nieuwe opdracht de financiering over. Dankzij ons groot bereik en door onze goede band met de gemeente zijn we financieel gezond geworden.
Na een vrij geïsoleerde start hebben we in de loop der jaren erkenning gekregen in de buurt en bij de gezinnen. Onze werkers waren afkomstig uit de wijk, de doelgroep zelf. Zo kwamen we ook tegemoet aan de grote werkloosheid in de buurt. Onze rol van hulpverlener verleende ons ook vertrouwen. Bovendien zorgde de grote continuïteit van ons team voor een sterke band met de wijkbewoners. We werden een deel van de wijk. Ook nam bij de instellingen en het grote publiek het begrip voor en de kennis van de doelgroep toe.
Wat waren de grootste problemen die je tegenkwam?Geert: Tewerkstelling is het grootste probleem, zowel toen als nu. De scholingsgraad is toegenomen, maar toch nog steeds te laag. Onze gezinnen zijn vaak laaggeschoold en kennen minder traditie van verder studeren . Ook hebben de jongeren soms teveel inspraak in hun studiekeuze, die vaak gestuurd wordt door hun vriendenkring. Dingen veranderen ten goede, zij het traag. Ouders sturen nu soms bewust hun kinderen naar “niet-zwarte” scholen.
Ook worden de wijken homogener. Dit creëert isolement. Hier schiet de sociale huisvesting te kort: de inschrijvingsprocedure waarbij men kan kiezen waar men woont, is medeverantwoordelijk voor het dichtslibben van wijken. Zij die afkomstig zijn van de wijk blijven er vaak wonen en zij die niet in een buurt met een slecht ‘imago’(wat niet betekent dat de realiteit daarom zo is) willen wonen, tekenen niet in voor een sociale woning op Meulenberg. Als men minder keuzevrijheid had en systematisch de vrijgekomen woonplaats diende te aanvaarden, zouden meer gemengde wijken ontstaan. Bovendien blijven vele buurtbewoners daardoor veel hun eigen taal spreken. Daardoor blijft hun Nederlandse taalvaardigheid te laag.
Positief is dat in de loop van 40 jaar het vrijetijds- en welzijnsaanbod ontzaglijk zijn gegroeid: CAD, straathoekwerk, schoolopbouwwerk… In het begin was dat nihil, nu zijn tal van actoren actief op het terrein.
Wat waren andere positieve zaken?Geert: We hebben altijd veel jongeren bereikt. Het was hard werk, maar het is ons gelukt. Zelfs in de beginjaren bereikten we degenen in de zwaarste probleemsituaties. Men kon dan ook voor alles bij ons terecht, dankzij ons ruim netwerk: OCMW, mutualiteiten, CLB’s, advocaten, gevangenissen… Zo creëerden we een groot vangnet, met doorstroming naar gespecialiseerde hulpverlening.
Ook een goed personeelsbeleid is deel van het verhaal. Na 30 jaar werken we nog grotendeels met dezelfde ploeg. Ons team haalt zijn kracht uit die nauwe band met de buurt. We spreken teamleden aan op hun positieve punten, met aandacht voor het evenwicht tussen werk en gezin... Een werking wordt gedragen door mensen, behandel hen dan ook met respect. Hou het plezant en aangenaam. Doe eens iets extra, al kost het geld, je krijgt het in tienvoud terug.
Hoe zie je de toekomst van het jeugdwerk?Geert: De toekomst hangt af van de samenleving. Wil het beleid macht en geld herverdelen? Willen politici blijven vechten voor onze jongeren? Onze werking zal financieel gezond blijven, zolang het gemeentebestuur investeert. Onze grote sterkte is de continuïteit van ons personeel en vrijwilligers. Men kent ons, men weet wat we doorheen de jaren hebben gedaan voor de buurt. In het algemeen zie ik een positieve evolutie. Toch bestaan er nog steeds maatschappelijke drempels. Daarom moeten we blijven werken van onderuit.
Hoe kijk je terug op die 40 jaar?Geert: De meeste voldoening geeft het besef dat ik mijn best heb gedaan. Maar ook de gezinnen die ik leerde kennen, het respect en de erkenning van collega’s en de wijk. Ik deed het met goesting, met hart en ziel. Het is mooi geweest.
(Dit interview verscheen eerder in Schrap!, het tijdschrift van CMGJ. Met dank aan Lily Vanopdenbosch.)boven