Uit De Marge

Jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren

Toegankelijkheid : Visie


Toegankelijkheidsverhoging voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren in het jeugdwerk: wat en waarom?

In verstedelijkt Vlaanderen kunnen kinderen en jongeren kiezen uit een ruim vrijetijdsaanbod. Er is het commerciële en niet-commerciële aanbod, het aanbod op ‘georganiseerde’ en op ‘niet-georganiseerde’ basis. In dit land van vrije tijd speelt het jeugdwerk een grote rol. Er zijn jeugdbewegingen, jeugdhuizen, speelpleinwerkingen, Grabbel- en Swappassen, jeugdateliers, ... Dit aanbod wordt in grote mate bepaald door de lokale jeugddiensten en jeugdraden via de jeugdwerkbeleidsplannen.

Dit jeugdwerk bereikt een groot deel van de Vlaamse jeugd. De ledenaantallen van jeugdbewegingen stijgen opnieuw spectaculair, gemeentelijke initiatieven lopen vol.

Toch vinden aantal specifieke groepen, zoals maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren, structureel minder aansluiting bij dit jeugdwerk. Bereikt men ze toch, dan worden ze vaak als moeilijk ervaren of ontstaan misverstanden.

Vanuit de overheid werden een aantal krijtlijnen getrokken waarmee men het jeugdwerk wil stimuleren om ook deze doelgroepen te bereiken. Toegankelijkheid is een boeiende uitdaging voor het huidige jeugdwerk.

 

Een pad vol drempels

Nog voor ‘toegankelijkheid’ een item werd, leverden lokale jeugdwerken vaak ‘spontaan’ inspanningen om de toegankelijkheid van hun werking te vergroten. Zo verlagen jeugdbewegingen hun inschrijvings- of kampprijzen en verspreiden jeugddiensten hun folders ook in de sociale woonwijk. Deze acties kunnen in een aantal situaties zeker een hulpmiddel zijn, maar slagen er vaak niet in om structureel iets te veranderen, wat vaak voor frustraties zorgt bij vrijwilligers en jeugddienstwerkers. Soms leidt dit tot de verzuchting: ‘wij hebben ons best gedaan, ze zijn gewoon niet geïnteresseerd’. Dat kan. Maar vaak is er meer aan de hand. Toegankelijkheid heeft enkel kans op slagen als naast het wegwerken van fysieke drempels (inschrijvingsgeld, uniform, ligging) ook de psychische drempels worden aangepakt.

De nadruk op de psychische aspecten van toegankelijkheid laat ons toe na te denken over de wezenlijke kloof tussen het jeugdwerk en maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren[1].   

Deze kloof wordt gekenmerkt door een verschil in referentiekaders. Net als de meeste maatschappelijke instellingen vertrekt het jeugdwerk meestal vanuit een middenklassecultuur met eigen waarden en normen. Kinderen met een ander referentiekader kunnen hun cultuur niet laten gelden en worden ‘gekwetst’. Sommige kinderen voelen zich onvoldoende aangesproken tot de jeugdbeweging of weten niet goed wat het is, ze hebben vaak ook geen vriendjes die er reeds in zitten. Andere kinderen voelen zich er raar bekeken, hebben het gevoel dat ze er alles fout doen, dat ze dingen niet begrijpen of niet weten. Maatschappelijk kwetsbare kinderen worden geconfronteerd met drempels op vlak van bereikbaarheid en hanteerbaarheid.

"klik hier voor het drempelschema"

�� Als je toegankelijk wil worden moet je maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren eerst en vooral bereiken. Ook dit is niet enkel een kwestie van inschrijvingsprijzen verlagen en folders verspreiden, maar veeleer van naar de wijken stappen, met de ouders praten, een discussie over je identiteit durven voeren,…

�� We merken ook dat kinderen en jongeren vaak wel bereikt worden, maar na een tijdje afhaken. Vaak is men er in de werking onvoldoende op voorbereid om met de gasten om te gaan, of te hanteren. De gasten worden als moeilijk ervaren of er ontstaan spanningen binnen de groep. De verschillen in referentiekaders zorgen ervoor dat het werken met deze groepen als moeilijk wordt ervaren.

Werken aan een grotere psychische toegankelijkheid is niet gemakkelijk. In de eerste plaats dient men bewust te worden van het eigen referentiekader dat overal in de werking zit. De werking wordt plots in vraag gesteld: waarom dragen wij een uniform, waarvoor dient de vlaggengroet, wat betekent de ‘K’ voor ons, waarom vinden sommige jongeren ruiltocht niet leuk,…?
Door deze bewustwording groeit ook een openheid voor andere referentiekaders.  Openheid en respect, discussie en dialoog staan centraal in de toegankelijke jeugdwerking.

 

Diversiteit binnen en tussen het jeugdwerk

In heel dit verhaal is het belangrijk dat we vertrekken vanuit de vragen, noden en behoeften van de kinderen en jongeren zelf. Centraal staat respect voor de eigenheid van kinderen en jongeren waardoor we kinderen niet willen ‘assimileren’ tot de middelmaat. Alleen zo creëer je diversiteit binnen de jeugdwerking.

Maar ook buiten de jeugdwerking is er diversiteit. Sommige kinderen en jongeren hebben geen behoefte aan jeugdwerk, maar vinden een zinvolle vrijetijdsbesteding in rondhangen, chatten of maken gebruik van het commerciële aanbod[2].

Ook tussen het jeugdwerk is er behoefte aan diversiteit. We waarderen de toegankelijke jeugdwerkingen en de jeugdwerkingen die inspanningen doen om toegankelijker te worden, maar hebben ook respect voor de jeugdwerking die niet aan drempelverlaging kan of wil doen. Het brede jeugdwerk heeft niet de opdracht om in de noden van álle kinderen en jongeren te voorzien. Sommige jongeren hebben nood aan een eigen werkvorm, aan een manier van werken die nog dichter op hun huid staat dan een toegankelijke jeugdwerking dat kan zijn. Een werkvorm die veiligheid en uitdaging biedt van waaruit ze kunnen groeien in hun zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel, in hun samen-zijn en solidariteit. Een doelgroepspecifieke werkvorm. 

Toegankelijk jeugdwerk mogelijk maken betekent de sterktes en de zwaktes van beide jeugdwerkvormen (het ‘brede’ jeugdwerk en het doelgroepspecifieke jeugdwerk) kennen en interactie tussen beide stimuleren. Dit gaat over doorstroming (langs beide kanten), samenwerking en uitwisseling van kennis en methodieken.  Samenwerking en afstemming op elkaar kunnen de basis vormen van een jeugdwerk waarbinnen iedere jongere en ieder kind centraal staan. Dit mag niet leiden tot een grensvervaging tussen beide sectoren. Beide sectoren behouden hun eigenheid, maar creëren tegelijk de nodige openheid om van elkaar te leren.

 

Kan het jeugdwerk de wereld redden?

Het jeugdwerk zwoegt onder de zware taken die de maatschappij haar toebedeelt. Naast burgerzin en democratische vaardigheden krijgt ze nu ook een grote rol in het wegwerken van maatschappelijke kwetsbaarheid. Is zij daar wel toe in staat? De (on)toegankelijkheid van maatschappelijke instellingen voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren is in wezen een structureel gegeven. Het speelt een belangrijke rol in de verschillende domeinen in hun leven[3]. Dat betekent dat toegankelijk jeugdwerk al een hele stap voorwaarts is, maar onvoldoende effect heeft als andere sectoren zoals onderwijs, cultuur, sport,… niet volgen.

  

[1] Zie Walgrave en Vettenburg

[2] Meer hierover: F. Coussée

[3] De zeven levensdomeinen zijn: onderwijs, justitie, vrije tijd, huisvesting, arbeid,  relaties, gezondheid Zie: randgroepjongerentheorie

2010 ©  Uit De Marge vzw
Steunpunt voor Jeugdwerk met Maatschappelijk Kwetsbare Kinderen en Jongeren

Henegouwenkaai 29 - 1080 Brussel – Tel: 02 411 70 02 – Fax: 02 414 83 01

   site: Rob-ot